Op natuursteen, klinkers of beton
Op vlakke ondergronden
Voor een stevige, duurzame kalkpleister op niet zuigende of gladde ondergronden breng je op een vlakke, draagkrachtige, schone en droge ondergrond een hechtlaag aan met Baumit Gevel- en renovatieplamuur wit. De oneffenheden mogen niet groter zijn dan 5 mm per vierkante meter, bijvoorbeeld op beton of klinkers.
Hiervoor meng je Baumit Fassadenspachtel met water in een schone mortelkuip, volgens de aangegeven hoeveelheden op de achterkant van de zak of in het productinformatieblad. Bij grotere hoeveelheden is het aan te raden een elektrische menger te gebruiken; kleine hoeveelheden kun je ook met een roestvrijstalen metseltroffel mengen.
Vervolgens breng je de vers aangemaakte gevelplamuur met een getande spaan met tanden van 10 mm dekkend aan op de ondergrond. De laagdikte moet ongeveer 3-4 mm bedragen. Om een eventuele sinterlaag te verwijderen, ruw je de verse laag tot slot op met een grove handveger of straatbezem.
Door het ruwe oppervlak van de hechtlaag kan de kalkpleister zich optimaal aan de ondergrond hechten. Nadat de hechtlaag volledig is gedroogd, kun je beginnen met het aanbrengen van de kalkpleister. Bij een normaal binnenklimaat (20 °C kamertemperatuur, 65% luchtvochtigheid) en voldoende ventilatie is dit meestal na 2-3 dagen het geval.
Op oneffen ondergronden
Meng de Renovatievoorspuitmortel met water in een schone mortelkuip, volgens de aangegeven hoeveelheden op de achterkant van de zak of in het productinformatieblad. Bij grotere hoeveelheden is het aan te raden een elektrische menger te gebruiken; kleine hoeveelheden kun je ook met een roestvrijstalen metseltroffel mengen.
Werp de verse mortel met een metseltroffel tegen het draagkrachtige, schone en droge metselwerk, zodat het hele oppervlak bedekt is. Nadat de aanbrandlaag volledig is gedroogd, kun je beginnen met het aanbrengen van de kalkpleister. Bij een normaal binnenklimaat (20 °C kamertemperatuur, 65% luchtvochtigheid) en voldoende ventilatie is dit meestal na 2-3 dagen het geval.