Zo verwerk je kalkpleister op de juiste manier
- Moeilijkheid
- Makkelijk
- Bewerkingstijd
- ca. 5 – 15 minuten / m² per werkgang (exclusief droogtijd)
Jouw checklist
Belangrijke aanwijzingen
De ondergrond moet stevig, draagkrachtig en vrij van vuil en stof zijn. Het te bepleisteren oppervlak moet gelijkmatig gedroogd zijn. Behandel betonoppervlakken en andere gladde, niet-zuigende ondergronden voor met een geschikt hechtmiddel, bijvoorbeeld Baumit Fassaden- und Sanierngsspachtel weiß. Ruw bijzonder gladde oppervlakken vooraf goed op. Filmvormende scheidingsmiddelen moet je volledig verwijderen.
De omgevingstemperatuur en de temperatuur van de ondergrond mogen tijdens de werkzaamheden niet lager zijn dan +5 °C en niet hoger dan +30 °C. Bescherm het oppervlak tijdens de eerste droogdagen tegen vorst.
Door de uiteenlopende omstandigheden op bouwplaatsen kunnen de getoonde werkstappen niet alle afzonderlijke situaties behandelen. Ze weerspiegelen onze ervaringen op het moment dat de foto's zijn gemaakt en zijn daarom niet bindend. Neem altijd de actuele technische documentatie (bijv. het productinformatieblad, aanvullende technische informatie, enz.) van de getoonde producten in acht.
Bewerkingsinstructies
Doe schoon water en de kalkpleister in een schone mortelkuip om de pleister aan te maken. De benodigde hoeveelheid water vind je in het productinformatieblad of op de verpakking. Voeg geen andere materialen toe.
Vooral bij grote hoeveelheden is een elektrische menger aan te raden om de pleister te mengen. Meng het materiaal tot er een homogene, klontvrije pleistermassa ontstaat.
Plak voordat je begint met bepleisteren de overgang tussen het hout (balken, planken, enz.) en de toekomstige pleisterlaag af met zelfklevende aansluitband voor pleisterwerk (bijv. SR-Band). Zo voorkom je dat de pleister op die plek afbrokkelt. Snijd de uitstekende band na het uitharden van de kalkpleister met een scherp mes gelijk met het pleisteroppervlak af.
De kalkpleister wordt meestal in twee lagen aangebracht (raaplaag en afwerkpleister). Breng de verse kalkpleister met een roestvrijstalen pleisterspaan aan op de voorbereide ondergrond. De pleisterdikte van de raaplaag moet minimaal 10 mm en maximaal 20 mm zijn. Bij grotere pleisterdiktes is een extra pleisterlaag nodig.
Rei de verse kalkpleister direct na het aanbrengen loodrecht en vlak af met een rei. Hierbij kunnen vooraf aangebrachte stucgeleiders een grote hulp zijn.
Bij de hoeken van deuren, ramen of andere openingen in het metselwerk is er een verhoogd risico op scheurvorming. Om dit te verminderen, breng je op deze plekken een extra stuk wapeningsweefsel aan. Breng hiervoor eerst verse kalkpleister aan rond de hoek.
Knip een stuk wapeningsweefsel van ca. 25 x 35 cm op maat en bed het met een getande spaan in de verse kalkpleister in. Het weefsel moet zo mogelijk onder een hoek van 45° direct tegen de opening in het metselwerk aanliggen.
Verschillende kenmerken van de stenen, zoals bij dit gemengde metselwerk, veroorzaken spanningen in de pleister. Deze leiden al snel tot scheuren in de uiteindelijke pleisterlaag.
Wapeningsweefsel over het hele oppervlak in de eerste laag kalkpleister biedt een goede bescherming tegen scheuren in de pleister op gemengd metselwerk.
Knip een baan Baumit wapeningsweefsel op lengte en bed deze met een getande spaan in de verse kalkpleister in. Het wapeningsweefsel moet na het inbedden volledig in het bovenste derde deel van de pleisterlaag liggen en mag niet meer zichtbaar zijn.
Als alternatief voor wapening over het hele oppervlak kun je ook bij de aansluiting tussen verschillende soorten metselwerk een baan wapeningsweefsel in de verse kalkpleister aanbrengen. Het weefsel moet aan beide kanten minimaal 15 – 20 cm over de aansluiting heen liggen.
Om de ondergrond voor de tweede pleisterlaag optimaal voor te bereiden, raboteer je de eerste laag kalkpleister. Hiervoor moet de raaplaag aan het oppervlak voldoende zijn opgesteven. Dit kan afhankelijk van de omgevingstemperatuur ca. 3 – 6 uur duren.
Raboteer het oppervlak met een rabot. Daarmee verwijder je randen en aanzetten en ruw je het pleisteroppervlak gelijkmatig op. Tip: Met een rei of een afreilat van 150 tot 180 cm kun je tussendoor regelmatig controleren of het pleisterwerk vlak is.
Nadat je klaar bent met de werkzaamheden aan de eerste laag kalkpleister, laat je de pleister minstens 1 dag per millimeter laagdikte drogen.
Zorg gedurende deze tijd voor voldoende ventilatie in de ruimte om het vrijkomende vocht af te voeren. Vermijd echter tocht, want te snelle droging kan scheuren veroorzaken. Lage temperaturen (< 10 °C) kunnen de droogtijd verlengen.
Als je voor Baumit kalkpleister als afwerkpleister hebt gekozen, breng je de tweede pleisterlaag met een roestvrijstalen pleisterspaan aan nadat de raaplaag volledig is gedroogd. De laagdikte moet ca. 3 – 5 mm bedragen.
Een vlak afgestreken kalkpleister maakt het daaropvolgende vilten een stuk makkelijker. Daarom raden we je aan om de verse kalkpleister met een plamuurspatel vlak af te strijken.
Bij de eerste laag kun je de dagkant apart bepleisteren, dus vóór of nadat je de raaplaag op de muur hebt aangebracht. Bij de tweede laag moet je de kalkpleister op de dagkant echter in dezelfde werkgang als op de muur aanbrengen.
Nadat de kalkpleister aan het oppervlak voldoende is opgesteven, kun je het oppervlak met een spons- of viltbord vilten en zo afwerken. Controleer het oppervlak door er met je duim op te drukken. Als de pleister niet meer meegeeft, kun je beginnen met vilten. Bij een laagdikte van 3 mm kan dit bij de tweede laag al na 15 tot 30 minuten het geval zijn.
Om de kalkpleister structuur te geven door te vilten, maak je het viltbord licht vochtig en bewerk je het pleisteroppervlak met grote, cirkelvormige bewegingen. Zorg hierbij voor een gelijkmatig oppervlak zonder aanzetten. Als de pleister daarbij smeert, is deze nog te zacht en heeft hij nog wat droogtijd nodig.
Voor zo vlak mogelijke oppervlakken van viltpleister is strijklicht een grote hulp. Plaats tijdens het vilten een bouwlamp zo dat het licht van opzij langs de muur schijnt. Zo kun je aan de schaduwen op de muur goed zien welke delen je nog moet bewerken.
Het viltbord raakt tijdens het vilten geleidelijk gevuld met pleistermateriaal. Een volgezogen viltbord heeft de neiging te smeren. Reinig het viltbord daarom regelmatig met schoon water. Bescherm jezelf en draag geschikte handschoenen.
Na minimaal 3 tot 4 dagen kun je de kalkpleister schilderen of behangen.
Gebruik op kalkpleister een muurverf die de goede waterdampdoorlatendheid van de kalkpleister niet beperkt.
Baumit Silicaatverf binnen is een echte aanrader. Deze is verkrijgbaar in wit of in kleur. De muurverf is door het eco-INSTITUT getest en gecertificeerd als vrij van schadelijke stoffen.