Sokkelisolatie of perimeterisolatie wapenen of bepleisteren
- Moeilijkheid
- Gemiddeld
- Bewerkingstijd
- ca. 15 tot 20 minuten per vierkante meter
Jouw checklist
Belangrijke aanwijzingen
Verwerk de onderstaande materialen niet bij materiaal-, ondergrond- of luchttemperaturen onder +5 °C of boven +30 °C en laat ze ook niet bij deze temperaturen drogen. Bescherm het pleisteroppervlak bij hoge temperaturen, direct zonlicht, wind of hevige regen tot het volledig is uitgehard, bijvoorbeeld met een steigernet. Een hoge luchtvochtigheid en lage temperaturen kunnen de bindingstijd aanzienlijk verlengen.
Oppervlakken waarop een wapeningslaag wordt aangebracht, kun je alleen isoleren met bepleisterbare sokkel- of perimeterisolatieplaten. Controleer of de beoogde isolatieplaat hiervoor door de leverancier is vrijgegeven of goedgekeurd. De te bepleisteren isolatieplaten moeten droog, schoon en stofvrij zijn en mogen geen coatings hebben die de hechting verminderen.
Door de uiteenlopende omstandigheden op bouwplaatsen kunnen we in de getoonde werkstappen niet met elke situatie rekening houden. Ze geven de stand van onze ervaringen weer op het moment dat de foto's zijn gemaakt en zijn daarom niet bindend.
Bewerkingsinstructies
Meng de Lijmmortel ALLROUND met schoon water in een mortelkuip, bij voorkeur met een elektrische menger, tot een klontvrije massa. De benodigde hoeveelheid water vind je op de achterkant van de zak of in het productinformatieblad.
Je kunt ook Baumit Multisockel Base gebruiken. Deze is aanzienlijk waterafstotender en biedt daardoor meer zekerheid.
Meet de hoogte van de te bepleisteren sokkelisolatie of perimeterisolatie. De afgeschuinde rand van de perimeterisolatie wordt niet bepleisterd en dus ook niet meegemeten.
Om vlot te kunnen doorwerken, snijd je voordat je de wapeningslaag aanbrengt alvast een paar banen wapeningsweefsel op de juiste lengte.
Breng de vers aangemaakte Lijmmortel ALLROUND met een roestvrijstalen pleisterspaan aan op de sokkelisolatieplaat.
Zorg ervoor dat je de lijmmortel over het hele oppervlak van de isolatieplaat aanbrengt en de onderste schuine rand, zoals hierboven vermeld, vrijlaat. Vooral bij gevels met een verspringing tussen de gevel- en sokkelisolatie kan het gemakkelijk gebeuren dat je delen direct onder het sokkelprofiel over het hoofd ziet.
Om de juiste hoeveelheid lijmmortel gelijkmatig over de hele isolatieplaat te verdelen, kam je in de volgende stap de verse lijmmortel door met een getande spaan met een vertanding van 10 mm. Zorg ervoor dat de ribbels die zo ontstaan volledig met lijmmortel gevuld zijn.
Nu kun je het op maat gesneden wapeningsweefsel in de vers aangebrachte lijmmortel leggen.
Met de getande kant van de spaan werk je het wapeningsweefsel zonder luchtbellen en plooien in de verse lijmmortel.
Vervolgens bed je het wapeningsweefsel met de gladde kant van de getande spaan in de verse lijmmortel in. Het weefsel mag na afloop van de werkzaamheden niet meer zichtbaar zijn.
Het glasvezelweefsel mag in geen geval aan de onderkant uitsteken, anders bestaat er gevaar voor vochtschade bij de sokkel.
Breng de banen wapeningsweefsel aan met een overlap van ca. 10 cm. De gekleurde markering op het weefsel helpt je om de overlap van 10 cm aan te houden.
Trek het wapeningsweefsel bij binnenhoeken over de rand en werk het strak aansluitend in de binnenhoek in. Ook hier moet de overlap minimaal 10 cm bedragen.
Breng bij buitenhoeken een weefselhoek op de sokkelisolatie aan voordat je begint met het aanbrengen van de wapeningslaag. Bed de weefselstroken aan beide zijden van de weefselhoek volledig in de wapeningsmortel in. Laat de wapeningsmortel daarbij zo vlak mogelijk uitlopen op de sokkelisolatieplaat, zonder opstaande randen.
Tot slot strijk je de wapeningslaag glad met een plamuurspatel. Zo voorkom je randen of bramen. Houd er rekening mee dat je oneffenheden in het oppervlak achteraf niet kunt egaliseren met mozaïekpleister of een verflaag.
Laat het oppervlak na afloop van de werkzaamheden minimaal 4 dagen drogen. Lage temperaturen kunnen de droogtijd verlengen. Bescherm het oppervlak tijdens het drogen tegen direct contact met vocht.
Na het aanbrengen van de wapening kun je beslissen hoe je je sokkel wilt vormgeven. Bijvoorbeeld met viltpleister of mozaïekpleister. Nadat de afwerklaag is aangebracht en gedroogd, moet je tot slot nog de vochtbescherming aanbrengen.
Deze afdichting beschermt de sokkelisolatie en de sokkelpleister van onderaf in het gedeelte dat in contact staat met de grond en wordt tot 5 cm boven het toekomstige maaiveld aangebracht. Plak de mozaïekpleister op die hoogte in een rechte lijn af met stukadoorstape of afplaktape. Stukadoorstape is steviger dan papieren schilderstape en daarom beter geschikt voor dit werk.
Meng de Baumit Afdichtspecie flexibel in een schone mortelkuip met schoon water tot een klontvrije massa met de consistentie van yoghurt. De benodigde hoeveelheid water staat in het productinformatieblad of op de achterkant van de verpakking.
Kleine hoeveelheden afdichtspecie kun je met een metseltroffel aanmaken. Voor grotere hoeveelheden raden we een elektrische menger aan.
Breng de vers aangemaakte Afdichtspecie flexibel aan met een grote blokkwast. Breng na een dag een tweede laag aan op de al aangebrachte afdichtspecie. Streef naar een totale dikte van 1 mm.
De afdichtspecie moet het hele oppervlak bedekken vanaf de bouwafdichting op het metselwerk, over de schuine rand van de sokkelisolatie tot op de voorkant van de gewapende en bepleisterde sokkelisolatie. Zo voorkom je dat vocht van onderaf binnendringt.
Als je de Afdichtspecie flexibel volledig hebt aangebracht, trek je de stukadoorstape eraf terwijl de afdichtspecie nog vochtig is. Zo krijg je heel eenvoudig een strakke rand.