Houtvezelisolatie – Thermowall als tweede isolatielaag
- Moeilijkheid
- Gemiddeld
- Bewerkingstijd
- ca. 15 tot 25 minuten/m²
Jouw checklist
Belangrijke aanwijzingen
In deze handleiding laten we je de basisstappen zien voor het monteren van een houtvezelisolatieplaat voor niet-geventileerde geïsoleerde gevels. De plaat is door de fabrikant voor deze toepassing goedgekeurd. Het gaat om een zogenaamde ‘pleisterdragerplaat’, die dus geschikt is om later een pleisterlaag op aan te brengen.
In ons voorbeeld gebruiken we de Gutex Thermowall GF. De houtvezelisolatieplaat is rondom voorzien van messing en groef. Zo kun je de platen makkelijker vlak en zonder uitstekende randen plaatsen. Zorg er bij het monteren voor dat de messing-en-groefverbinding tussen de isolatieplaten en de rijen zo veel mogelijk over de hele gevel doorloopt.
Je bevestigt de platen met goedgekeurde schroefpluggen in de houten draagconstructie van de eerste laag. De opbouw en montage daarvan laten we zien in een andere werkinstructie. Je kunt de eerste laag ook weglaten en de Thermowall gf rechtstreeks op de houten staanderconstructie monteren.
Bescherm jezelf en zorg bij het gebruik van klimhulpmiddelen (bijv. ladders en steigers) dat deze stevig en stabiel staan.
Door de uiteenlopende omstandigheden op bouwplaatsen kunnen we met de getoonde werkstappen niet met elke situatie rekening houden. Ze geven onze ervaringen weer op het moment dat de foto's zijn gemaakt en zijn daarom niet bindend. Volg altijd de voorschriften van de fabrikant van de platen (isolatie en pleisterdragerplaat).
Bewerkingsinstructies
Lijn de eerste isolatieplaat horizontaal uit met een waterpas. De kant met het opschrift wijst meestal naar de buitenkant van de gevel. De rand met de messing wijst altijd naar boven.
Eventuele oneffenheden in de gevel worden met de draagconstructie van de eerste laag opgevangen, zodat deze loodrecht en in één lijn staat. Daardoor moet je de pleisterdragerplaat zonder problemen kunnen vastschroeven.
De houtvezelplaat Gutex Thermowall gf wordt met de Baumit-schroefplug voor hout in de draagconstructie bevestigd.
De verankeringsdiepte van de schroef in het draaghout bedraagt minimaal 35 mm.
Voor een volledige Gutex GF-isolatieplaat van 1300 x 600 mm schroef je per draagbalk 3 pluggen in een verticale rij boven elkaar vast.
De gebruikte isolatieplaat moet in de breedte minstens 2 draagbalken overspannen.
Controleer of de plug vlak met het oppervlak is gemonteerd. De plugkoppen mogen niet boven het plaatoppervlak uitsteken of te diep zitten.
Indien nodig kun je de positie met de schroef bijstellen.
Het gat dat bij het indraaien van de schroef in de schacht van de plug ontstaat, sluit je vlak met het oppervlak af met een EPS-afsluitdop. De afsluitdoppen zitten in de doos met pluggen.
Bij buiten- en binnenhoeken monteer je de rijen isolatieplaten om en om verspringend. Laat de tweede rij houtvezelisolatieplaten bij de hoek dus met de dikte van het isolatiemateriaal uitsteken. Heeft deze plaatzijde een messing, zaag die er dan eerst af.
Monteer de platen zo dat de voegen tussen opeenvolgende rijen minimaal 25 cm verspringen.
Je kunt de houtvezelisolatieplaat met een gewone handzaag op lengte zagen.
Met een handcirkelzaag kun je de houtvezelplaat aanzienlijk sneller en met zeer strakke randen zagen.
Controleer of de zaagdiepte van de handcirkelzaag voldoende is voor de gebruikte isolatieplaat. Makita heeft handcirkelzagen met een zaagdiepte tot 130 mm in het assortiment.
Bij alle vier de hoeken van ramen en bij de bovenhoeken van deuren moet je een L-vormige uitsparing, een zogenaamde pistoolsnede, in de platen maken. Kruisvoegen moet je absoluut vermijden.
Het makkelijkst is om een isolatieplaat op zijn plaats te houden en de uitsparing op de plaat af te tekenen. De benen van de L-vorm moeten minimaal 10 cm hoog en 25 cm lang zijn.
Bij de door ons gebruikte 60 mm dikke Thermowall gf hebben we de uitsparing met een decoupeerzaag uitgezaagd.
Let erop dat je de rand onder de later te plaatsen vensterbank onder een hoek van 5° zaagt. Zo sluit de isolatie later vlak aan op de vensterbank.
Nadat je de eerste isolatieplaat hebt gemonteerd, maak je de raamuitsparing af vanaf de tegenoverliggende kant.
Verwijder bij binnen- en buitenhoeken de uitstekende messing van de isolatieplaat met een handzaag.
Bij de aansluiting van de geïsoleerde gevel op het dak aan de gootzijde kun je het beste eerst de platen plaatsen die direct op het dak aansluiten. De rij daaronder plaats je later.
De isolatieplaten waarmee je deze rij aanvult, moeten minimaal 15 cm hoog zijn.
Zaag de bovenrand van de isolatieplaat die direct op het dak aansluit onder dezelfde hoek als de dakhelling.
Daarvoor is de handcirkelzaag heel geschikt, omdat je de zaaghoek kunt instellen. We raden je aan om voor deze langere zaagsneden een geleiderail te gebruiken die bij je handcirkelzaag past.
Houd de plaat op de plek waar je hem later monteert en teken de positie van het dakspoor af. Reken aan beide kanten van het dakspoor 5 mm extra ruimte voor de voegafdichtingstape die je later aanbrengt.
Onder het dakspoor hoef je geen extra ruimte aan te houden. Met die afstand is al rekening gehouden door het aanbrengen van de voegafdichtingstape op de zichtbare bekisting.
De uitsparing voor het dakspoor kun je eenvoudig met een decoupeerzaag uitzagen.
Vlak voordat je de voorbereide isolatieplaat monteert, plak je de Baumit-voegafdichtingstape op de dakaansluiting en het dakspoor.
De voegafdichtingstape moet later aan de buitenkant van de gevel vlak met de isolatieplaat aansluiten. Je mag de voegafdichtingstape niet in één stuk over buitenhoeken trekken, omdat deze dan niet kan uitzetten.
Nu kun je de voorbereide houtvezelplaat plaatsen en vastschroeven.
Vervolgens kun je de isolatieplaten onder de eerder getoonde isolatieplaat plaatsen. In de praktijk komt het vaak voor dat je de messing-en-groefverbinding aan de boven- en onderkant moet onderbreken.
Daarom is het extra belangrijk dat de messing en groef aan de beide zijkanten van de platen in deze rij intact blijven.
Aan de kopgevel pas je de isolatieplaten aan de hoek van de dakhelling aan. Houd bij het plaatsen minimaal 5 mm afstand tot de dakaansluiting, om eventuele krimp van het hout op te vangen zonder dat het isolatiesysteem beschadigd raakt.